Nieuws — 24 nov 2025

Met groot verdriet nemen wij afscheid van Sandra Weerdenburg, die gedurende 29 jaar een onmisbare kracht was binnen het Stedelijk Museum Amsterdam. Haar bijdrage aan het museum en aan het vakgebied van restauratie in Nederland is van uitzonderlijke betekenis. Sandra was zich zeer bewust van de centrale rol die het Stedelijk Museum met zijn befaamde collectie speelde in de ontwikkeling van de restauratie en conservering van moderne en hedendaagse kunst. Ze combineerde diepgaande (kunst)historische kennis met een sterk institutioneel geheugen en stond tegelijkertijd open voor innovaties en nieuwe ontwikkelingen. 

Sandra begon haar loopbaan als hoofd beeldenrestauratie en groeide uit tot hoofd van de gehele afdeling Restauraties. Onder haar leiding werd de afdeling geprofessionaliseerd en uitgebreid. De afdeling bestond uit restauratieateliers voor schilderijen, beelden, papier en fotografie, later uitgebreid met 3D-vormgeving en time-based media. Zij heeft veel grootschalige projecten geïnitieerd en begeleid en was nauw betrokken bij de besluitvorming van onderzoeken en restauraties, zoals die van The Beanery van Edward Kienholz, van Voyage au bout de la Nuit, een groot loden vliegtuig van Anselm Kiefer en dertien werken van Jean Tinguely.  

Zij stond aan de basis van de restauratie van moderne en hedendaagse kunst als wetenschappelijke discipline en zette mede dit vakgebied nationaal en internationaal op de kaart. Zo was ze o.a. betrokken bij Stichting Behoud Moderne Kunst, co-projectleider van een NWO Science4Arts onderzoeksproject ‘Photographs & Preservation, How to save photographic works of art for the future?’ en heeft ze deelgenomen aan vele commissies (SRAL, UvA) en werkgroepen (ICOM-CC, Modern Materials).  

Haar strategische inzicht, oog voor detail en vermogen om complexe processen te structureren waren van onschatbare waarde. In haar visie en beleid vormden degelijk wetenschappelijk onderzoek naar kunstwerken vanuit verschillende perspectieven, de ontwikkeling van creatieve oplossingen en een integere houding de basis voor de conservering en restauratie van cultureel erfgoed. Ze moedigde haar team aan om actief samen te werken met andere musea en met organisaties die collecties beheren of onderzoek doen in binnen- en buitenland. Daarnaast werden de intenties van (levende) kunstenaars nadrukkelijk meegenomen in de besluitvorming voorafgaand aan een behandeling. Sandra was dan ook een groot voorstander van het afnemen van kunstenaarsinterviews als vast onderdeel van het behoud van één kunstwerk of van het hele oeuvre van een kunstenaar. Daarnaast zorgde ze voor een grondige documentatie van projecten en lijnwerkzaamheden als essentieel onderdeel voor beslissingen en de behandeling van objecten, alsmede voor de vastlegging van de staat van de collectie en de verantwoording van tijd en middelen.  

Sandra had veel oog voor de persoonlijke talenten van de teamleden en stimuleerde deze actief. Zij had groot respect voor de kennis die elke restaurator en conserveringsmedewerker meebracht en zorgde ervoor dat iedere restauratiediscipline zelfstandig kon opereren binnen de kaders van het museum. Sandra vroeg van haar team een zeer professioneel niveau, dat naast respectvolle behandelingen tot uiting moest komen in presentaties, lezingen en publicaties. Als hoofd heeft ze altijd goed in de gaten gehouden dat haar team niet overvraagd zou worden. Ze zorgde met aandacht voor het welzijn van haar team, hield de balans tussen werk en privé in het oog, en bood steun waar nodig, vooral in de momenten dat de druk toenam. Met dezelfde aandacht en zorg begeleidde ze externe restauratoren en andere experts die betrokken waren bij korte en langlopende conserverings-, restauratie- en onderzoeksprojecten. Ze zette hen in hun kracht en toonde steeds respect voor hun bijdrage aan de collectie van het museum en de bruiklenen.   

Haar humor, mooie verhalen en anekdotes, haar liefde voor taal en woordgebruik, voor geschiedenis en literatuur en haar nieuwsgierigheid waren typerend voor haar.  Ze was ook een goede mentor voor de vele studenten die stageliepen en zorgde altijd voor een mooi afscheid of, waar nodig, een hart onder de riem. Haar positie als leidinggevende, die ook eenzaam kon zijn, heeft zij uit overtuiging zo rechtvaardig en fair mogelijk gedragen, en altijd scherp op zaken die niet klopten. Wanneer het op belangrijke kwesties aankwam, koos Sandra nooit voor de gemakkelijke oplossing. Ze liet zich leiden door haar ethische overtuigingen, bleef haar principes trouw en hield voet bij stuk, zelfs wanneer dat haar populariteit niet ten goede kwam. Haar standvastigheid en vastberadenheid waren kenmerkend voor haar. Tegelijkertijd kon Sandra ook pragmatisch handelen en wist ze precies wanneer flexibiliteit nodig was. Ze had een feilloos gevoel voor het onderscheiden van hoofd- en bijzaken, waarbij het behoud en de bescherming van de museumcollectie altijd haar hoogste doel vormden. Met dezelfde inzet en hetzelfde kwaliteitsniveau zag ze erop toe dat kunstobjecten die aan het museum in bruikleen waren gegeven dezelfde zorg en aandacht ontvingen. Daarmee heeft zij een voor altijd waardevol voorbeeld gegeven.  

Mede in haar capaciteit als (vice)-voorzitter van de Ondernemingsraad heeft Sandra een essentiële rol gespeeld in een cruciale periode in de geschiedenis van het Stedelijk Museum, met name bij het verzelfstandigingsproces, de realisatie van de nieuwbouw, de renovatie van de oudbouw en de totstandkoming van een extern depot waar de collectie veilig wordt bewaard.   

Dankzij haar standvastigheid, oog voor detail en uniek doorzettingsvermogen toen plukken we daar nu als museum in het algemeen en als medewerkers in het bijzonder nog steeds de vruchten van.    

Haar nalatenschap is zichtbaar in de professionele restauratieafdeling van het museum. Wij herinneren haar als een bevlogen en betrokken collega, een leermeester en een strategisch denker.  

Wij zijn dankbaar voor alles wat Sandra voor het Stedelijk Museum en het vakgebied heeft betekend en zullen haar ontzettend missen. Haar inzet en toewijding zullen blijvend voortleven in ons werk.