Science4Arts

Amsterdam, 20 februari 2012 - NWO kent Universiteit Leiden en Stedelijk Museum Amsterdam 600.000 euro toe voor onderzoek en restauratie hedendaagse fotografie.

Russian Diplomacy uit 1974 van Ger van Elk, collectie Stedelijk Museum: kleurenfoto op perspex, met overschildering in acrylverf
Russian Diplomacy uit 1974 van Ger van Elk, collectie Stedelijk Museum: kleurenfoto op perspex, met overschildering in acrylverf

NWO heeft binnen haar programma Science4Arts de Universiteit Leiden en het Stedelijk Museum 600.000 euro toegekend voor onderzoek naar hedendaagse fotografie en de restauratie ervan. Het onderzoek richt zich op fotowerken waarin verschillende materialen en technieken zijn gecombineerd. Het gaat daarbij zowel omde chemische en fysieke eigenschappen van een werk, als om de betekenis en inhoud van het object zelf, en de context van het kunstwerk. Voor het eerst in deze discipline zal op grote schaal een team van restauratoren, chemici, conservatoren en andere kunsthistorici hier speciaal voor worden bijeengebracht. Ook zullen kunstenaars zoveel mogelijk bij het onderzoek van hun werken betrokken worden.

Goedbeschouwd bestaan foto’s uit chemicaliën op papier of op een andere ondergrond. Die zijn nooit volledig stabiel. Een museum wil foto’s zo lang mogelijk conserveren en tonen. Dat is des te moeilijker bij fotografisch werk dat ook met andere materialen is bewerkt, zoals in de moderne kunst vaak gebeurt. Een voorbeeld is het werk Russian Diplomacy van Ger van Elk uit 1974, waarbij de foto gedeeltelijk is overschilderd met acrylverf. De verf heeft weer andere eigenschappen dan de ondergrond, bovendien reageren de materialen onderling ook nog eens op elkaar. Als gevolg van de verschillende verouderingsprocessen ziet het werk er nu anders uit dan toen het gemaakt werd en zijn de onderlinge kleurverhoudingen verstoord. Daarnaast maakt de handmatige toevoeging van verf het werk tot een uniek exemplaar.

Hoe kunnen foto’s en fotografische kunstwerken waarin verschillende technieken zijn gebruikt, goedbewaard worden? Is het te voorkomen dat ze verkleuren? Over de degradatieprocessen en het bewaren en conserveren van foto’s is veel bekend, maar hoe om te gaan met de complexe, gecombineerde fotokunst van de laatste decennia? Met dit onderzoek hoopt het team van restauratoren, chemici en kunsthistorici daar verandering in te brengen voor het te laat is. Onderwerp van onderzoek is onder andere hoe de in één kunstwerk gebruikte materialen elkaar beïnvloeden enwat dit betekent voor de omstandigheden waaronder het kunstwerk het best bewaard kan worden.

Het onderzoek is verdeeld in drie nauw met elkaar samenhangende deelprojecten, waarvan twee promotieonderzoeken, één bij de Universiteit Leiden (Prof. Dr. Kitty Zijlmans) en één bij de UniversiteitUtrecht (Debye Instituut, Prof. Dr. Leo Jenneskens). Het derde deelproject zal in het Stedelijk Museumplaatsvinden. Wat betreft de objecten, wordt de kern gevormd door een corpus van fotowerken van na 1960, waarin verschillende materialen zijn gecombineerd of waarbij onconventionele technieken zijn toegepast. Het gaat om belangrijke kunstwerken van kunstenaars als Joseph Beuys, Ger van Elk, Gilbert & George, Richard Hamilton, Anselm Kiefer en Aernout Mik, uit de collecties van onder meer het Stedelijk Museum, het Van Abbemuseum en het Kröller-Müller Museum. Buitenlandse hedendaagse kunstmusea en universiteiten zullen hun advies en expertise op dit gebied beschikbaarstellen en op deze wijze hun bijdragen leveren aan het onderzoek.

Het onderzoek zal vier jaar duren en afgesloten worden met een internationaal symposium, waarin de resultaten worden gepresenteerd en bediscussieerd. Het onderzoek wordt geleid door Prof. Dr. Kitty Zijlmans van de Universiteit Leiden, waar een grote expertise is op gebied van fotografie en door Drs. Sandra Weerdenburg, hoofd Restauraties van het Stedelijk Museum Amsterdam. Papierrestaurator Monica Marchesi van het Stedelijk Museum is verantwoordelijk voor de dagelijkse coördinatie van het project en het derde deelonderzoek. Hripsimé Visser, conservator Fotografie in het Stedelijk Museum, is nauw betrokken bij het gehele onderzoek.

Naast steun van NWO ontvangt het project structurele bijdragen van:
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), het Kröller-Müller Museum, het Van Abbemuseum en het Stedelijk Museum Amsterdam.

Een selectie van betrokken partijen in dit project:
Universiteit Leiden; Stedelijk Museum Amsterdam; Universiteit Utrecht (Debye Institute for Nanomaterials Science); Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; Kröller-Müller Museum, Otterlo; Van Abbemuseum, Eindhoven; Foto Restauratie Atelier VOF, Amsterdam; Museum of Modern Art, San Francisco; Stichting Restauratie Atelier Limburg; Eyes on Media, Amsterdam; Ludwig Museum,Keulen; Getty Museum, Los Angeles; TNO, Delft; Foundation for the Conservation of Contemporary Art; Rijksmuseum, Amsterdam; Louisiana Museum of Modern Art, Humlebæk; Tate Gallery, Londen, Verenigd Koninkrijk; Universiteit van Amsterdam; Nederlands Fotomuseum, Rotterdam; Eye FilmInstituut Nederland, Amsterdam; Museum Folkwang, Essen; Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam; Rochester Institute of Technology, New York; De Verbeelding, Purmerend.

NWO Science
4ArtsNWO (de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) stelt geld beschikbaar binnen het programma Science4Arts, dat multidisciplinair onderzoek steunt voor de conservering en restauratie van kunst. Kunstwerken zijn voortdurend aan verandering onderhevig: de materiële samenstelling verandert door chemische en materiaalkundige processen, de fysieke context wisselt en de toeschouwer ervaart het kunstwerk met de opeenvolgende generaties anders. Kunst en haa rwaarneming wordt zo door een uiterst complex samenspel van materiële en immateriële conditiesbepaald. Dit beïnvloedt in theorie en praktijk de omgang met beeldende kunst en daarmee de opvattingen en afwegingen rondom degradatie, conservering, restauratie, presentatie en overdrachtvan de verschillende waarden. Het onderzoeksprogramma Science4Arts richt zich op veranderingen in kunst, zowel wat betreft de chemische en fysische dynamiek van het object, betekenis en inhoud, als de context. Centraal staat de samenwerking tussen de restaurator, conservator, geesteswetenschapper en de natuurwetenschapper, die gezamenlijk onderzoek doen naar een object of meerdere verwante objecten binnen een museale context. Het programma wil de uitwisseling tussen het onderzoek van de onderzoekinstellingen en het museale veld verder ontwikkelen en versterken. Twee onderzoeksgebieden staan centraal in het programma, te weten oude kunst en moderne en hedendaagse kunst. Op beide terreinen van conservering en restauratie speelt Nederland een prominente rol. Het programma beoogt deze vooraanstaande positie te versterken en uit te bouwen. Een integrale benadering van het object waarbij de verschillende vakgebieden – dat wil zeggen de natuurwetenschappen, de geesteswetenschappen en de restauratie – samenwerken staat centraal.

Noot voor de redactie:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marie-José Raven, 020 – 573 26 56, m.raven@stedelijk.nl, pressoffice@stedelijk.nl.